Liturgie Evensong

Choral Evensong 24 januari 2021
(3e zondag na Epifanien)

  • Voorganger: ds. Herbert Meerveld
  • Organist: Sjouke Bruining
  • Gezongen door: Lieuwe Westra, Gerrit de Vries en Sebastiaan Schippers o.l.v. Geke Bruining-Visser

 

Lied 527 uit uw hemel zonder grenzen

  1.  Uit uw hemel zonder grenzen
    komt Gij tastend aan het licht
    met een naam en een gezicht
    even weerloos als wij mensen.
  2. Als een kind zijt Gij gekomen
    als een schaduw die verblindt
    onnaspeurbaar als de wind
    die voorbijgaat in de bomen.
  3. Als een vuur zijt Gij verschenen
    als een ster gaat Gij ons voor
    in den vreemde wijst uw spoor
    in de dood zijt Gij verdwenen.
  4. Als een bron zijt Gij begraven
    als een mens in de woestijn.
    Zal er ooit een ander zijn
    ooit nog vrede hier op aarde?
  5. Als een woord zijt Gij gegeven
    als een nacht van hoop en vrees
    als een pijn die ons geneest
    als een nieuw begin van leven.

Preces gregoriaans

Psalm 113 berijmd

    1. Prijst, halleluja, prijst den Heer,
      gij ’s Heren knechten, immermeer
      moet ’s Heren naam gezegend wezen.
      Van waar de zon in ’t Oosten straalt,
      tot waar z’ in ’t Westen nederdaalt,
      zij ’s Heren grote naam geprezen.
    2. Ver boven aller volken trots
      blinkt hemelhoog de glorie Gods.
      Wie is als Hij, de Heer der heren?
      Hij onze God, die troont zo hoog,
      slaat op het diepste diep zijn oog.
      Hemel en aarde moet Hem eren.
    3. Wie onderligt in stof en slijk,
      maakt God aan edelen gelijk.
      Hij geeft een vrouw haar diepst verlangen.
      Hij zegent die onvruchtbaar scheen,
      met bloei van kind’ren om haar heen.
      Prijst Hem, den Heer, met lofgezangen.

Eerste lezing Jona 3: 1-5, 10

Magnificat (lofzang van Maria) Thomas Morley

My soul doth magnify the Lord; and my spirit hath rejoiced in God my Saviour,
For he hath regarded: the lowliness of his handmaiden.
For behold from henceforth: all generations shall call me blessed.
For he that is mighty hath magnified me: and holy is his Name.
And his mercy is on them that fear him throughout all generations.
He hath shewed strength with his arm: he hath scatter’d the proud in the imagination of their hearts.
He hath put down the mighty from their seat: and hath exalted the humble and meek.
He hath filled the hungry with good things: and the rich he hath sent empty away.
He remembering his mercy hath holpen his servant Israel: As he promised to our forefathers,
Abraham and his seed forever. Glory be to the Father, and to the Son;
and to the Holy Ghost; As it was in the beginning, is now, and ever shall be;
world without end, Amen

Tweede lezing Johannes 3: 16- 21

Nunc dimittis (lofzang van Simeon) Thomas Morley

Lord, now lettest thou thy servant depart in peace: according to thy word.
For mine eyes have seen thy salvation Which thou hast prepared before the face of all people;
To be a light to lighten the Gentiles: and to be the glory of thy people Israel. Glory be to the Father, and to the Son; and to the Holy Ghost; As it was in the beginning, is now, and ever shall be;
world without end, Amen

Credo

Responses gregoriaans

Anthem  The Call, Vaughan Williams

Come, my Way, my Truth, my Life:
Such a Way, as gives us breath:
Such a Truth, as ends all strife:
Such a Life, as killeth death

Come, My Light, my Feast, my Strength:
Such a Light, as shows a feast:
Such a Feast, as mends in length:
Such a Strength, as makes his guest

Come, my Joy, my Love, my Heart:
Such a Joy, as none can move:
Such a Love, as none can part:
Such a Heart, as joys in love

Voorbeden

Lied 528 Omdat hij niet ver wou zijn

    1. Omdat Hij niet ver wou zijn
      is de Heer gekomen.
      Midden in wat mensen zijn
      heeft Hij willen wonen.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
    2. Overal nabij is Hij
      mens’lijk allerwegen.
      Maar geen mens herkent Hem, Hij
      wordt gewoon verzwegen.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
    3. God van God en licht van licht
      aller dingen hoeder
      heeft een menselijk gezicht
      aller mensen broeder.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
    4. Wilt daarom elkander doen
      alle goeds geduldig.
      Weest elkaar om zijnentwil
      niets dan liefde schuldig.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
    5. Weest verheugd, van zorgen vrij:
      God die wij aanbidden
      is ons rakelings nabij,
      wonend in ons midden.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
      Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Zegenbede

Voluntary

 

(2386)